Inleiding Niemand kan betwisten dat de laatste decennia diepgaande verbouwingen veroorzaakt
hebben in Brussel, noch dat de werken niet altijd goed gepland of door iedereen toegejuicht
werden. Sommige bezoekers vinden de administratieve complexen en het City-fenomeen
bijzonder saai; anderen worden pijnlijk verrast door het gebrek aan evenwicht tussen een
torengebouw en de omliggende huizen, of door de tegenstelling tussen smalle, kronkelende straatjes
en de brede, rechte lanen die zonder juiste aanpassing door het vroegere stadsweefsel getrokken
werden. "Ons Brussel" is niet meer wat het was, hoort men wel eens zeggen. Tja, maar het is toch
merkwaardig dat al deze veranderingen passen in een doorlopende, reeds lange evolutie, zoals blijkt
uit de oude stadsplans. Voor de vroegste groei bestaan er natuurlijk geen cartografische documenten,
maar belangrijke verbouwingen worden reeds aangetroffen op de oudste bekende echte plans, nl. die
van de 16e eeuw; in volgende eeuwen duiken ze ook op en een versnelde pas wordt ingezet in de
tweede helft van de 19e eeuw: overwelving van de Zenne, nieuwe wijken, noord-zuidverbinding en
havenwerken drukken hoe langer hoe meer hun stempel op het stadsnet. En het contrast is wel schril
tussen de kleine stad, knus genesteld in haar omwalling, met enkele uitlopers aan de invalswegen, en
de grote hedendaagse agglomeratie. Op een kaart is er niets dat de oude, traditionele kern en de
uitbreidingen onderscheidt. Enkele wijken vertonen weliswaar een ietwat regelmatig patroon, maar de·
opslorping van de oude kernen van voorsteden, het moeilijk bouwterrein en een diepgeankerd
individualisme hebben zeker niet het ontstaan van een schaakbord bevorderd, des te meer daar de
uitbreiding hoegenaamd niet even snel in alle richtingen gebeurde. De na de onafhankelijkheid
begonnen ringvormige omsingeling van de stadskom liet brede openingen over in het lage, moerassige
Zennegebied, terwijl het oostelijke plateau reeds dicht bevolkt was.
Brussel is inderdaad een stad vol contrasten door haar ligging in de overdreven brede vallei van
een zeer bescheiden rivier, die echter aan snelle hoogwaterstanden onderhevig is, en op de omliggende
plateaus met vooral naar het westen gerichte taluds. Deze steile hellingen waren doorsneden door snel
lopende beken, waarvan de toponymie nog sporen draagt, en de tegenstelling hoge en lage stad wordt
in de dagelijkse spraak bewaard. Het hoogteverschil speelde een rol bij de stadsuitbreiding, en de
valleien van de Maalbeek en de Woluwe, bijrivieren van de Zenne met dezelfde, zij het dan verscherpte
kenmerken, vertonen nog steeds afvloeiingsmoeilijkheden bij stormweer.
Water is -of was -overvloedig aanwezig. De rivier, de reeds vroeg overwelfde beken, kanaal-
bekkens, vijvers en ontelbare putten en bronnen zijn afgebeeld op de oude plans en kaarten van het
Brusselse. Nu echter blijft hiervan weinig over in een stad, lang bekend om de bijzonder hoge kwaliteit
van haar drinkwater, althans in de hoger gelegen wijken, waar de zandbodem als filter fungeerde. De
Zenne speelde vooral een industriële rol, wat niet bepaald ten goede kwam aan slecht gelegen straten.
Schilders en de eerste fotografen hebben weliswaar het schilderachtige van de steegjes vastgelegd,
maar het was veel minder aantrekkelijk om er te wonen! Kadasterplans tonen voldoende hoe ellendig
de hygiënische toestand moest zijn in sterk verkavelde wijken met dicht bevolkte, kleine panden die dringend aan sanering toe waren. De "gezellige" nabijheid van wasserijen, ruiterijkazerne en
zwemschool was ook niet bepaald een model van gezonde cohabitatie!
Een plan geeft dus wel degelijk een duidelijk beeld van de toestand en de evolutie van een stad.
Brussel werd zeer dikwijls afgebeeld, veel meer dan de andere Brabantse steden Leuven en Mechelen
die ook hoofdstedelijke functies hadden, maar ze al lang bijna verloren hadden. Talrijke plans, niet alle
noodzakelijk juist, mooi of interessant, werden jarenlang nagebootst, al dan niet met succes. Er zijn
ook schetsen ter illustratie van reisverhalen of krijgsverrichtingen, waarbij enkel de lokalisatie van
belang was en niet het stratennet. Naast zeer degelijke plans bestaan er die uit de fantasie van de auteur
gesproten zijn en niet overeenkomen met de werkelijkheid. Fouten werden herhaald, nog niet
voltooide en niet altijd uitgevoerde werken werden afgebeeld, zodat er discrepanten ontstonden. Er
bestaan ook talrijke studies voor wijk- of stratenaanleg, met varianten volgens diverse mogelijkheden,
en perspectiefaanleg voor grote gebouwen.
Het is natuurlijk onmogelijk, al de kaarten te tonen; een keuze was nodig. De belangrijkste, zij het
dan welbekende, documenten werden gekozen; geen enkele studie zou zonder hen volledig zijn
"Kaart