De meeste christenen geloven dat Jezus ook God is, omdat al eeuwenlang door verreweg de meeste kerken wordt geleerd dat God een drie-eenheid is. Met de drie-eenheidsdoctrine is de kerk afgeweken van de identiteit van de God van Abraham, Izak en Jacob in de Tenach en ook van het onderwijs van Jezus en de apostelen. Het is ook een historisch feit dat dit leerstuk al vanaf de tweede eeuw omstreden is. En tot op vandaag hangt er een taboe rond dit controversionele leerstuk, waardoor gelovigen het niet aandurven om, met de Bijbel als uitgangspunt, openlijk vragen hierover te stellen. Vragen zoals: “Wat is het verschil tussen de ‘God van de Bijbel’ en de ‘God van de drie-eenheid’?” “Hoe is deze drie-eenheidsdoctrine ontstaan?” Waarom komt het woord drie-eenheid in de Bijbel niet voor?” “Waarom wordt in de kerk niet gesproken over de ‘onchristelijke manier’ waarop deze doctrine onderdeel werd van de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk en na de Reformatie door de meeste kerken werd overgenomen?” En hoe komt het dat een vernuftig geconstrueerd en taalkundig complexe doctrine over de identiteit van God is opgesteld en dat daarmee het eenvoudige onderwijs van Jezus en de apostelen werd genegeerd? Want Mozes getuigt in Deuteronomium 6:4-5 “Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is Eén! 5. Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht.” Jezus bevestigt dit in Markus 12:28-32. Ook zegt Jezus in Johannes 4:23 "Maar de tijd komt en is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden." En in Johannes 17:3 “Dit is nu het eeuwige leven, dat zij U mogen kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.” Paulus getuigt in 1 Korinthe 8:4-6 ”We weten dat er geen andere God is dan Eén. 5. Want al zijn er ook die goden genoemd worden, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde (zoals er vele goden en vele heren zijn), 6. toch is er voor ons maar één God: de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem, en één Heere: Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn en wij door Hem.” Wat velen niet weten is dat een deel van het leerstuk pas na een lange machtsstrijd werd vastgesteld tijdens het concilie van Nicea in 325 nChr.. In 381 nChr. werd in Constantinopel onder leiding van keizer Theodosius I een tweede concilie gehouden waarbij de Heilige Geest aan de Godheid werd toegevoegd. Voorafgaand hieraan legde deze keizer door de afkondiging van het ‘Edict van Thessaloniki’ in 380 nChr. de drie-eenheidsdoctrine op aan alle gelovigen van het Romeinse Rijk. Ook verklaarde hij met dat edict ‘het christendom’ tot staatsreligie, waarin de ‘Drie-enig God’ in zijn gehele Romeinse Rijk als enige god moest worden aanbeden. Wie hieraan geen gehoor gaf, kreeg met vervolging van de staat te maken. Nadat in de vierde eeuw tijdens diverse kerkelijke concilies het Bijbelse getuigenis van God in onbegrijpelijke formuleringen was vastgelegd, schreef kerkvader Augustinus in de vijfde eeuw zijn boek ‘De drie-eenheid Gods’, waarin hij leerde: "De drie-eenheid zelf is de enige ware God, bestaande uit drie personen, Vader, Zoon en Heilige Geest. In deze leer worden Jezus en de Heilige Geest als God gelijkgesteld met God de Vader en worden evenals de Vader als God aanbeden. Volgens de Rooms Katholieke leer is het geloofsmysterie van de heilige drie-eenheid de meest fundamentele en essentiële leer in de hiërarchie van de geloofswaarheden. Dit geldt na de Reformatie ook voor verreweg de meeste kerkgenootschappen. Het feit dat de kristal heldere geloofsbelijdenissen van Mozes, Jezus en de apostelen consequent door de kerkelijke staatsconcilies werden genegeerd, zegt op zich al genoeg dat de door menselijke machtspolitiek doorgedrukte doctrine on-Bijbels is. Het ‘Edict van Thessaloniki’ is nooit herroepen en daarom durven nog weinigen openlijk te geloven wat de aartsvaders, de profeten, Jezus en de apostelen ons hebben geleerd over de echte identiteit van de ‘God en Vader van onze Heer Jezus Christus’. Zou dit komen uit angst voor nare consequenties, waardoor het comfortabeler lijkt om weg te kijken van de kerkgeschiedenis, die bol staat van onderdrukking en vervolging van gelovigen die vasthielden aan de waarheid van Gods Woord alleen? Dit boek is bedoeld om het lange zwijgen te doorbreken en te komen met antwoorden op vele vragen. Het eerste doel van dit boek is om de Bijbel zelf te laten spreken over de identiteit van God. Daarom komt eerst het Bijbelse getuigenis in de hoofdstukken 1 t/m 4 aan de orde. Vervolgens kunt u zelf dit getuigenis vergelijken met de diverse formuleringen van de drie-eenheidsdoctrine in hoofdstuk 5. Het tweede doel is om zicht te krijgen op de wijze waarop de drie-eenheidsdoctrine is ontstaan en tevens om de fundamenten, waarop de doctrine is gebaseerd, bloot te leggen. Om het ontstaan van deze doctrine beter te kunnen begrijpen, is ook kennis van de wereld van het Romeinse rijk en d