Het leven van Caroline, Emily, Louisa en Sarah Lennox, 1740-1832 Dit boek beschrijft het leven van de gezusters Lennox, vier uitzonderlijke vrouwen in het achttiende-eceuwse Engeland, en biedt tevens een oog: verblindend panorama van een roerige periode uit de geschiedenis, Stella Tillyard In naam van de liefde Het leven van Caroline, Emily, Loutsa en Sarah "__ Lennox (1740-1832) Vier briljante aristocratische dames, die door hun maatschappelijke positie toegang hebben tot de Engelse politieke en culturele elite en daarover met elkaar corresponderen: dat vormt het kader van deze fascinerende biografie en tevens spiegel historiael van de achttiende eeuw. Caroline liet zich schaken door Henry Fox, een gewiekst politicus met aspiraties voor het premierschap. Emily trouwde een Ierse edelman en baarde hem negentien en daarna (in het geheim) de huisleraar nog eens drie kinderen. Louisa huwde de rijkste man van lerland en Sarah werd het hof gemaakt door kroonprins George 111. Buitengewoon openhartig bespraken de zusters hun liefdes, huwelijken en de schilderijen en toneelstukken die zij zagen. Literatuur werd op de voet gevolgd. Werken van Voltaire, Diderot, Rousseau en Richardson sierden hun boekenkasten. Maar ook triviale onderwerpen kwamen in de brieven ter sprake, zoals hun garderobe, het voedsel dat zij aten, de inrichting van hun huizen, tot en met borstvoeding en hun menstruatie. Door de ogen van deze markante dames wordt de lezer een kijkje gegund achter de schermen | van de kleurrijke achttiende eeuw. Het boek kreeg in Engeland schitterende | kritieken: ‘Ontroerend en vaak briljant’ ‘Rijk geschakeerd en gedetailleerd, een voortdurende bron van verbazing: ‘Hun dagboeken en brieven geven een uniek inzicht in de zeden van de achttiende eeuw. Stella Tillyard studeerde kunstgeschiedenis in Oxford en doceert momenteel aan Harvard University. “Sally's bezorgdheid om haar kleintje is godzijdank voorbij. De borstvoeding lukte niet: ze had meer dan genoeg melk — daarom is het des te spijtiger dat het niet lukte — maar haar tepels kwamen niet dan met de grootste moeite naar buiten, en omdat het kind niet sterk genoeg was kreeg het het zelf niet voor elkaar. Het was ziek omdat het zo lang de borst niet had gekregen, maar nu het een goede nette min heeft zuigt het, slaapt het en gedijt het.” Deze brief, op 6 juni 1769 door lady Caroline Fox geschreven aan Emily, hertogin van Leinster, over hun zuster Sarah is voor een deel zo uitgesproken modern dat het moeilijk te geloven is dat hij bijna 225 jaar oud is. Het zit hem niet alleen in dat ‘godzijdank’ en die tepels. De ongerustheid en dan de opluchting wekken een gevoel dat bij ons weerklank vindt en dat de eeuwen tussen het schrijven van de brief en onze lezing ervan lijkt uit te wissen. Duizenden van dat soort brieven = tussen zusters, echtgenoten en vrouwen, ouders en kinderen, dienaren en heren — vormen de grondstof voor dit boek. Het is de geschiedenis van de zusters Caroline, Emily, Louisa en Sarah Lennox, een relaas over de hoogste staatszaken, over romantiek, over familieleven en over rampspoed dat begint in 1744, toen de jacobieten hun laatste wanhopige aanval op de Hannoveraanse troon beraamden en eindigt in 1832, vijf jaar voor het begin van het Victoriaanse tijdperk. Bijna een eeuw in brieven — en telkens weer geven ze ons een gevoel van nabijheid, want de zusters Lennox schrijven zo dat we het gevoel hebben dicht bij hen te staan en zij schrijven over dingen die voor ons even belangrijk zijn als zij voor hen waren. Zij hebben het over liefde, huwelijk, eten, kleren, politieke ideeën en schandalen, oorlog, boeken en menstruatiepijn. Alles, van conceptie tot dood, is er in te vinden, verwoord door stemmen die we zelden hebben gehoord, de stemmen van achttiende-eeuwse vrouwen. Bij nadere beschouwing gaat dat gevoel van nabijheid echter over in een besef van afstand. De beschrijving van Caroline Fox van borstvoedingsproblemen mag dan modern zijn, het zogen door een min is dat zeker niet. Wanneer zij zich in een andere brief zorgen maakt over een zieke zoon voelen we onmiddellijk met haar mee, maar de door de arts voorgeschreven medicijnen — kwiksulfide en gemalen houtluis — doen ons weer terugdeinzen. Emily en haar echtgenoot mopperen over hun grote gezin, maar groot betekent hier nict vier kinderen, of zelfs zes, maar negentien. En wanneer Caroline Emily op de hoogte stelt van Sarahs op handen zijnde huwelijk en kennelijk in alle oprecht. heid opmerkt: “Gelukkig voor haar is ze absoluut niet verliefd,” dan maakt zo'n passage ons bewust van de afstand die hun opvattingen over liefde, huwe. lijk, het grootbrengen van kinderen en wetenschappelijke kennis scheidt van de onze en krijgen we misschien zelfs het idee dat zij buiten ons bereik en begrip vallen. Ons besef van afstand ten opzichte van de gezusters Lennox wordt nog ver. sterkt doordat hun situatie uitzonderlijk was. Door hun maatschappelijke en politieke connecties hadden zij toegang tot de nieuwste id